Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid

Om snel te kunnen denken, moet je in beelden denken (32 beelden per seconde) in plaats van in taal (2 woorden per seconde). HB kinderen zijn dus altijd in staat om in beelden te denken. Alleen zo kunnen zij snel en oplossingsgericht denken. In principe gebruiken deze kinderen het beelddenken als voorkeursdenken bij het oplossen van problemen.

Hierbij is er geen verschil met HSK’s omdat een hoogbegaafd kind per definitie ook hoogsensitief is. Dit zit in de eigenschap opgesloten. Een hoogsensitief kind is natuurlijk niet automatisch hoogbegaafd. Een hoogbegaafd kind is van oorsprong een beelddenker maar heeft ook geleerd om zijn linkerhersenhelft te gebruiken. Het kan naar gelang de situatie omschakelen naar welk brein op dat moment het meest van toepassing is en kan goed beide tegelijk gebruiken. Associeren en analiseren tegelijkertijd. Natuurlijk ligt het er wel aan welke leeftijd het kind heeft hoe gemakkelijk dit gaat. Sommige HB hebben hier moeite mee en zullen dus leerproblemen ondervinden.

Het wil niet zeggen dat een hoogbegaafd kind geen leerproblemen heeft. Het leert in eerste instantie met de rechterhersenhelft en zal daar dan ook de desbetreffende leerproblemen van kunnen ondervinden. Meestal valt dit niet zo op omdat het kind goed kan compenseren. Hulp wordt er dan ook zelden geboden en omdat het kind van nature perfectionistisch is zal het een hele strenge meester zijn voor zichzelf. De lat ligt heel hoog en daar kan meestal niet aan worden voldaan. Faalangst ligt dan ook op de loer en onderpresteren ook. Als het niet in een keer lukt dan beginnen ze er liever niet aan. Het is heel frustrerend als kinderen die duidelijk (voor hen dan) minder intelligent zijn wel met gemak kunnen leren lezen en zij daar moeite mee hebben. Door de intense verwerking en de strenge innerlijke zelfreflectie raken ze snel in een depressie. Dit gaat vaak nog goed op de lagere school maar als op de middelbare school de sociale druk erbij komt dan is een depressie niet zo heel ver weg.

Door het grote rechtvaardigheidsgevoel voelen zij extra hard dat ze meer stof moeten doen omdat ze sneller dingen begrijpen. Leg hierbij uit dat de sommen die de andere kinderen moeten maken voor hen net zo moeilijk zijn als de sommen die hij/zij moet maken. Dit relativeert de situatie en komt tegemoet aan het rechtvaardigheidsgevoel. Iedereen moet even hard werken. Doe je dit niet dan voelt het kind zich onterecht behandeld (al dan niet terecht) en handelt daarnaar. Geef je geen moeilijkere sommen dan zal het kind geen leer strategieën kunnen ontwikkelen omdat alles te gemakkelijk is.

Wat maakt een kind Hoogbegaafd?

  • Ten eerste moet het kind een hoge intelligentie bezitten. De norm ligt bij 130 maar is soms moeilijk vast te stellen omdat de testen eigenlijk te breed testen en niet altijd op de goede punten voor een beelddenker.
  • Daarnaast moet het goed verbanden kunnen leggen om nieuwe oplossingen te vinden die niet worden voorgekauwd. Is dit niet aanwezig dan is er geen sprake van hoogbegaafdheid maar van hoge intelligentie. In deze eigenschap ligt ook de hooggevoeligheid opgesloten. Gevoelig voor alle nuances van een probleem.
  • Als derde punt moet er een intrinsieke motivatie aanwezig zijn om dingen uit te zoeken, een soort natuurlijke nieuwsgierigheid die verder gaat dan alles willen weten. Ze willen alles begrijpen, ook de moeilijke wereldproblemen. Dit kan omslaan in fanatisme en idealisme.

  •  

    Bottom-up denken

    Een hoogbegaafd kind zal van nature alleen top-down kunnen denken. Eerst het geheel zien en dan terug naar de details. Van moeilijk naar makkelijk.

    De tegenhanger van top-down (geheel)denken is bottom-up (analytisch)denken. Dit is het onderwijs wat op de meeste scholen gegeven wordt. Klasgewijs van onderaf langzaam de stof opbouwen. Voor de meeste leerlingen een must omdat het logisch alle stapjes doorloopt. Een HB-leerling kan dit echter niet begrijpen en loopt vast in al die kleine stapjes die hij in het voor hem dan bekende geheel moet zien te plaatsen. Omdat de leerling niet in staat is om relatief simpele sommen te maken worden de moeilijke sommen (die hij eigenlijk nodig heeft om de simpele sommen te begrijpen) niet aangeboden. Een intelligente leerling weet op de basisschool vaak door eigen beredenering nog wel een heel eind te komen maar eigenlijk leert het niet op de juiste manier te leren en heeft dus een grote achterstand als het op het VO aankomt.

    In het bottom-up systeem is de mogelijkheid tot differentiëren beperkt tot extra snel door de stof heen gaan of extra sommen maken. Ook wordt de zone van aangrenzende ontwikkeling opgezocht. Zonder enige instructie is dit echter niet mogelijk. Het blijft het bottom-up systeem: steeds een stapje omhoog. Versnellen kan vooral door een klas over te slaan. Met een beetje mazzel mag je met bepaalde vakken naar een hogere klas en blijf je voor de basis in je eigen klas. Je kunt niet zomaar een jaar basisstof overslaan. Een aantal HB-kinderen is hiertoe wel in staat en is dit soms zelfs wenselijk maar dan moet er wel sociaal-emotioneel goed naar het kind gekeken worden. Meestal zijn ze niet op alle gebieden hun leeftijd vooruit.

    Top-down denken

    Voor HB-leerlingen betekent verdieping en verbreding eigenlijk stilstand. De zone van naaste ontwikkeling ligt meer dan een jaar verder en ze hebben behoefte aan meer instructie.

    Top-down leren begint dan ook niet bij de hoogst maakbare toets nee het begint bij het absolute einddoel, niet alleen van het onderwerp van instructie maar van de gehele context.