Stampen moet, maar dan goed

Stampen moet maar dan goed!

 

Er is een heleboel commotie ontstaan na de uitspraken van professor Anna Bosman op het NOS journaal. Dyslexie kan worden voorkomen door stampen. Nu wordt er totaal voorbij gegaan aan het feit dat ieder kind een eigen leerstijl heeft maar eigenlijk heeft ze wel gelijk. We moeten meer stampen. En dan niet zittend aan een tafeltje en opdreunen wat de juf of meester voorkauwt maar naast onze stoel en met de voeten. Ik vind het niet eerlijk om het “onderwijs” zomaar de schuld te geven van de leerproblemen van kinderen. Zeker is er bij een aantal leerkrachten verbetering nodig maar een heleboel scholen zijn al op de goede weg om passend onderwijs te geven aan diverse leerstijlen. Dat we er nog lang niet zijn is een feit maar ik denk dat het onderwijs de ontwikkeling van kinderen niet bij kan houden. De kinderen van nu worden de hele dag bestookt en verleidt met kleurige beelden en “uitdagend” speelgoed. Weinig tijd om lekker buiten te spelen en zichzelf te vervelen. Hier krijg je andere kinderen voor. Facebook zit vol met peuters (en jonger) die volledig geïntegreerd zijn met mobieltjes en tablets. Dat doet iets met kinderen. Waarom zou je gaan touwtje springen of kleuren als er op de tablet een wereld wacht met oneindig veel mogelijkheden en de meest prachtige beelden een swipe met je kleine vingertje is voldoende om je te vermaken. En toch is dat touwtje springen heel belangrijk. Iedere keer als ik een rekenbootcamp geef verbaast het mij hoe weinig kinderen deze kunst nog machtig is. En dit is toch de basis voor de ontwikkeling van onze hersenfunctie.

Hersenen bestaan uit twee helften welke verbonden zijn door de hersenstam: de corpus Collossum. Een hersenhelft is dominant maar dat wil  niet zeggen dat de andere helft niet meedoet. Maar dan moet die andere helft wel gestimuleerd worden en makkelijk te bereiken zijn. Hier zijn een heleboel verbindingen nodig in de hersenstam om deze twee hersenhelften te verbinden. Deze verbindingen moeten eigenlijk gevormd worden in de eerste levensjaren van het kind. Dit gebeurt om te beginnen door te kruipen, de meeste kinderen die niet gekropen hebben, hebben later leerproblemen omdat zij essentiële hersenverbindingen missen. Daarna gaat het kind rennen, klimmen, klauteren, stoeien schommelen, ronddraaien. Allemaal belangrijk bij de ontwikkeling van de hersenhelftenverbindingen. Bij kinderen met Dyslexie of leerproblemen zijn deze verbindingen meestal niet voldoende aanwezig. Daarom is het belangrijk om daar alsnog in te voorzien door te bewegen tijdens het leren. Als een kind beweegt zijn er oneindig veel hersengebieden actief waardoor de hersenen “aan” staan en daardoor veel beter informatie kunnen opnemen, verwerken en onthouden.

Nu dus terug naar onze hoogleraar in de dyslexie, stampen heeft wel degelijk zin. Ga met de kinderen door de klas stampen terwijl je de tafels opzegt, samen in koor. Leg de spellingsregel uit in de klas en ga dan naar buiten naar het schoolplein en ga renspelletjes doen om de spellingsregel erin te stampen. Hang op je kop in de rekstok en ga sommen uitrekenen. En verjaardagen zijn natuurlijk uitstekend voor de breukenles. Je maakt de les hierdoor leuker en gemakkelijker omdat kinderen nu eenmaal willen bewegen. Ook uiterst heilzaam voor kinderen met Adhd waar veel jongens in meer of mindere mate last van hebben. Zeker weten dat heel veel dyslexie verdwijnt.

Om zelf te ervaren hoe het voelt om bewegend te leren organiseer ik in de voorjaarsvakantie rekenbootcamps: in 1 dag de tafels 2 t/m5 of 6 t/m 12. Vind je de breuken lastig of automatiseren tot 20 dat kan ook. Informatie op de website.

Naast de kinderen die leren gewoon een beetje lastig vinden zijn er natuurlijk altijd de kinderen die met de rechterhersenhelft denken en daardoor niet leren door herhalen maar door begrijpen (en dit komt voor bij alle intelligenties niet alleen bij de zwakke leerlingen). Deze hebben zeker baat bij bewegen maar dat is niet afdoende. Deze kinderen moeten leren hoe zij hun visuele geheugen inzetten om de lesstof te onthouden en willen de lesstof begrijpen en ondergaan. Dit sluit dan weer aan bij het bewegend leren. Zo moet je als leerkracht een duizendpoot zijn om aan al deze behoeften te voorzien maar met een beetje inzet en creativiteit kun je een heel eind komen! En als ze moe zijn van het bewegen is het heerlijk om even lekker in een boek weg te dromen. Flesje water erbij, zacht muziekje op om bijgeluiden weg te filteren: Rust!

Fouten maken moet!

Fouten maken moet!

van Perfectionisme naar faalangst

 

Veel beelddenkers zijn gevoelige wezentjes. Gevoelig voor labeltjes, gevoelig voor muziek, voor paranormale belevenissen, voor felle lichten, voor zwart op wit letters maar ook gevoelig voor kritiek! Kritiek van anderen, maar bovenal: kritiek van zichzelf.

Als je van de juf een tekening moet maken van je lievelingsdier en je bent 5, dan weet jij best van jezelf dat je dat niet kunt. Hij komt er nooit precies hetzelfde uit te zien als jouw lieve konijntje. Je hebt namelijk een prachtig plaatje in je hoofd hoe jouw snuffie eruit ziet. Als je nu gaat tekenen is dat echt niet hetzelfde. Je hebt niet eens het juiste kleurpotlood om zijn vachtje goed in te kleuren. Waarom zou je er dan aan beginnen? En waar moet je beginnen? Voor dit meisje is het alleen goed als het plaatje perfect klopt.

Dit is natuurlijk wel erg extreem maar het komt echt voor dat kinderen zo denken en dan vooral beelddenkers. Aangespoord door het feit dat tekenen leuk is beginnen ze er misschien toch wel aan maar in hun hart zijn ze nooit tevreden. Ook al zegt de juf of mama nog zo vaak dat het een prachtige tekening is, zelf vinden ze het niet goed genoeg. Vaak krijgen ze dan ook nog kritiek, dat ze er niet aan wilden beginnen, dat ze er zo lang over deden. Meestal leggen ze de lat erg hoog op meerdere fronten. Vooral als alles in de kleuterklas nog vanzelf ging en ze in groep 3 moeten gaan lezen blijkt dat het allemaal niet vanzelf gaat. Dan vinden ze zichzelf dom en willen het helemaal niet meer proberen. Kopiëren zit niet in hun aard evenmin als oefenen.. Ze willen het graag zelf uitzoeken. Het moet in 1 keer lukken anders kun je het niet en ben je dom. Als ze dit vaak genoeg tegen zichzelf gezegd hebben gaan ze het vanzelf geloven. Faalsangst is geboren.

Fouten maken moet

Wat deze kinderen missen is het vertrouwen dat het juist goed is om fouten te maken. Fouten maken moet! Daar groeien je hersenen van. Als jij een som uitrekent en je weet het antwoord dan leer je hier niets van, je wist dit namelijk al. Als je een sommetje uit moet rekenen en je geeft het foute antwoord: dan gebeurt er een heleboel in je hersenen. Je moet gaan nadenken waarom je het fout hebt gedaan en je moet gaan bedenken hoe je het anders kan doen zodat het antwoord wel goed is. Hierdoor maken je hersenen een heleboel nieuwe verbindingen en al deze verbindingen zijn noodzakelijk om te kunnen leren. Hoe meer verbindingen er in je hersenen zitten hoe makkelijker je de volgende keer het goede antwoord kan beredeneren. Fouten maken moet dus om je hersenen te laten groeien. Kinderen leren op verschillende manieren. De leukste manier is natuurlijk door te spelen. Als de school uit is begint het echte leren pas. Lekker buitenspelen, op je kop hangen, tikkertjes spelen. Door alle zintuigen te gebruiken worden er heel veel hersenverbindingen gemaakt en die kun je dan de volgende dag op school weer gebruiken om nog net iets makkelijker te leren. Ook met het buitenspelen maak je fouten. Je valt wel eens van je skateboard, je moet oefenen om te kunnen waven en als je niet uitkijkt spring je zo bovenop je vriendje. Ook hier geldt dus fouten maken moet om beter te leren.

Wat is nu de boodschap aan het 5-jarige meisje dat haar lievelingsdier moest tekenen van de juf? Geef haar als opdracht: maak een tekening die lijkt op jouw lievelingsdier. Hieraan kan ze wel voldoen.

Als ze een ander probleem heeft stel dan als doel dat ze 1 stapje verder gaat dan dat ze kan. Zeg niet: trek je jas aan”, maar help haar met haar jas en laat haar het laatste stukje zelf doen. Schep verwachtingen waar ze aan kan voldoen maar blijf haar uitdagen om toch steeds een stapje verder te gaan dan de vorige keer. Als ze een foutje maakt dan lach je er samen om, fouten maken moet. Laat merken als jij zelf ook eens een foutje maakt dat het niet erg is. Iedereen maakt fouten en dat is geen probleem zolang je maar van je fouten leert.

Reken haar af op wat ze gedaan heeft en niet op hoe knap ze is.

Als ze haar tekening af heeft zeg je niet: “Dat heb je knap gedaan” maar “Jij hebt goed je best gedaan”. De nadruk moet liggen op het werk wat ervoor gedaan is. Als de nadruk ligt op “Heel knap” dan is de boodschap dat als het de volgende keer niet zo goed gaat, wat altijd kan gebeuren, “Niet zo knap” en dat wordt in het hoofd van een 5-jarige al snel “Wat dom” , dus de volgende keer begin ik er maar niet aan want ik kan het toch niet. Hierdoor wordt de kiem gelegd voor faalangst.

 

 

“Het-zit-er-wel-in-maar-komt-er-niet-uit” kind

"Het-zit-er-wel-in-maar-komt-er-niet-uit" kind

 

Je krijgt een kind en in de eerste jaren van jouw kind leer je het best een beetje kennen. Je krijgt een redelijk beeld van wat dit kind leuk vind, waar het niet zo goed in is en wat het wel goed kan. Dit schept bij jouw als ouder bepaalde verwachtingen. Met 4 jaar gaat het kind naar school en op de kleuterschool gaat alles nog redelijk volgens verwachting. Het haalt goede scores, heel goed soms, wat voor jouw als ouder inderdaad volgens verwachting is. Maar dan in groep 3. Dan blijkt dat jouw vlotte peuter en kleuter ineens moeite heeft met letters. En dat terwijl jij altijd de indruk kreeg dat alles vanzelf ging voor dit kind. Op zich redt je kind zich wel. Haalt nog altijd redelijke scores zodat school zich nergens zorgen om maakt: "het is toch een mooi rapport?" Maar er zit meer in en als ouder voel je dat, weet je dat gewoon. Hoogstwaarschijnlijk hebben we hier te maken met een beelddenkertje met een bovengemiddeld IQ en dit hoeft zeker niet hoogbegaafd te zijn maar kan wel. Waarschijnlijk ook nog rechts geblokkeerd ( zie mijn vorige blog). Deze kinderen kunnen de eerste jaren op school nog prima compenseren maar dit kost heel veel energie. Energie en tijd die ze eigenlijk in hun ontwikkeling zouden moeten stoppen. Het zijn vaak gevoelige kinderen die een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel hebben en faalangstig en perfectionistisch aangelegd zijn. In mijn volgende blog ga ik hier verder op in. Herken je je kind in dit beeld? Denk dan eens aan beelddenken en ga hiermee aan de slag. U zult er een kind voor terugkrijgen dat beter in zijn vel zit en weer mogelijkheden heeft om op zijn eigen manier te groeien en te bloeien.

 

 

Dominantieprofielen

[maxbutton id=”1″ url=”https://www.facebook.com/natasjaesmeijer18/” ]

19 -01-2017

Dominantieprofiel

Mensen met Dyslexie hebben bijna allemaal een dominant rechts brein, daarover zijn de meeste deskundigen het wel eens. Maar waarom heeft dan niet iedereen met een rechts brein Dyslexie?

Het Brein is eigenlijk alleen maar een informatieverwerker. Het heeft informatie nodig van al onze sensoren om tot een mening te komen (die ook nog eens niet altijd klopt). Er zijn echter nog meer dominanties dan alleen je hersenhelft. Denk maar eens aan je schrijfhand: de meeste mensen schrijven altijd met rechts. Sommige rechtsbreinige mensen schrijven met rechts maar doen andere dingen liever met links of kunnen het zelfs met twee handen evengoed (ambidexter).

De hersenen sturen je lichaam kruislings aan en ontvangen dus ook informatie kruislings, dat wil zeggen de informatie van je linker oog, oor, hand en voet gaan naar je rechterhersenhelft en omgekeerd. Wat nu als je een rechts brein hebt en je schrijft met je rechterhand, dan gaat deze informatie niet zo vloeiend. De informatie gaat heen eerst via je linkerhersenhelft, via je hersenstam naar je rechterhersenhelft, vervolgens wordt het verwerkt en gaat de opdracht weer terug via de hersenstam naar je linkerbrein naar je rechterhand. Dit geldt ook voor je ogen, oren en voeten. Het gaat dus makkelijker als alles tegenover elkaar zit. Dit is bij de meeste mensen niet het geval. Hierdoor ontstaan de verschillende leerstijlen en heeft iedereen een ander talent.

Deze combinatie van dominanties noemen we je dominantieprofiel.